Bron: PDF “Twente, het oude land”, door Anneke Koers, Deel 1 – https://hethistorischportaal.nl/twente-het-oude-land/

Het volk der Tubanten

Gunivortus Goos
© Copyright Gunivortus Goos, april-mei, 2020.

Dit is de ongecorrigeerde vertaling van het oorspronkelijk Duitse artikel “Das Volk der Tubanten”, door Gunivortus Goos.


De Tubanten, Latijn: Tubanti, waren een klein Germaans volk dat waarschijnlijk rond de eeuwwisseling leefde in een regio in het oosten van Nederland, in wiens naam de naam van dit volk nog steeds terugkomt: Twente.

Andere schrijfwijzen van de naam uit de klassieke oudheid zijn Tuihanti en Tubatti, in de 8ste eeuw als Tuianti en Tueanti. En later als Tuianti (in 797), Tueanti (in 799), Thuehenti (in 851) en Tuente (in de 11e eeuw).
De Romeinse politicus, historicus en schrijver Tacitus noemde de mensen in de 1e eeuw GT. in zijn “Annalen”, Boek 1, Hfst. 51:

De Caesar verdeelt de vechtlustige legioenen in vier wiggen om de verwoesting zoveel mogelijk uit te breiden; een gebied van 80 mijlen is verwoest met vuur en zwaard. Geen geslacht, geen leeftijd vindt genade. Menselijke en goddelijke plaatsen, waaronder het zogenaamde heiligdom van Tanfana, dat erg beroemd is onder die stammen, worden met de grond gelijk gemaakt. De soldaten, die slechts half slapende, ongewapende en ronddwalende menssen hadden gedood, bleven zelf ongedeerd. Door dit bloedbad grepen de Bructeren, de Tubanten en de Usipeten naar de wapens. Ze bezetten de beboste bergen waardoor het leger moest terugkeren.

De Romeinse leider Germanicus was echter voorbereid en het Germaanse leger leed een nederlaag. Dit evenement wordt in het jaar 17 n.d.t ook genoemd door de Griekse geograaf en historicus Strabo in een lijst van Germaanse volkeren die door Germanicus zijn verslagen. In zijn “Geography”, boek 7, hfst. 1 staat te lezen:

In de triomftocht werd de priester van de Chatti en vele andere gevangenen van de verschillende verslagen volken, de Cathylci en de Ampsani, de Bructeri, de Usipi, de Cherusci, de Chatti, de Chattuarii, de Landi en de Tubattii meegevoerd.

Tacitus schrijft in boek 8, hfst. 55 van zijn “Annalen” dat de Ampsivariers in 58 n.d.t. via hun leider Boiocalus de Romeinen vroegen om het land te mogen bewonen, dat door het Romeinse leger was gereserveerd voor hun kuddes vee en schapen. Dit land ten noorden van de Rijn was tevoren in bezit geweest van de Chamaven, de Tubanten en daarna de van de Usipii. Het verzoek werd afgewezen. De Ampsivariers begonnen toen een opstand tegen Rome en wilden de steun hebben van naburige volkeren. Deze werden echter door de Romeinen bedreigd om buiten schot te blijven, en dus kregen de Ampsivariërs geen hulp:

Omdat de rest van de volken zichzelf niet in gevaar wilde brengen, bleven de Ampsivariërs alleen en trokken zich terug naar het land van de Usipeten en van de Tubanten. Ze werden verdreven uit deze gebieden, zwierven naar de Chatten en vervolgens naar de Cherusken en kwamen om in het buitenland na lange omzwervingen, waar ze de ene keer als gasten werden geaccepteerd, dan weer als bedelaars en soms als vijanden.

In 69 d.Z. steunden de Tubanten Julius Civilis, de leider van de opstandige Bataven met een cohort van krijgers, dat kort daarna door de Ubiers werd verslagen.

In een lofrede (Panegyricus) op keizer Constantijn de Grote, gepubliceerd in 321 n.d.t. staat:

Waarom zou ik de Bructerers nog noemen, waarom de Chamaven, waarom de Cheruscers, Lancionen, Alamannen, Tubanten?

Het citaat verwijst naar de invasie van van het land van de Bructerers in 308 door deze keizer. Hoewel de Bructerers steun kregen van naburige volkeren waaronder de Tubanten, won Constantijn.

Twee inscripties op votiefstenen uit de derde eeuw, gevonden bij de Muur van Hadrian noemen het volk van de Tuihanten, dat destijds dienst deed als hulpeenheid van het Romeinse leger, de Cuneus Frisiorum – Frisii was een naam die in de Romeinse tijd door velen werd gebruikt voor de meeste Germaanse volkeren ten noorden van de Rijn, niet als een volksnaam, maar een gebiedsnaam. De Tubanten en hun woongebied maakten er ook deel van uit.

Bron 1: Epigraphische Datenbank Heidelberg (https://edh-www.adw.uni-heidelberg.de)
Lizenz: https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0/deed.de
Bron 2: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Mars_Thingsus,_Beda_and_Fimmilena_altar,_Housesteads.jpg

De inscripties die de Tubanten noemen, luiden:

1. Deo Marti Thincso et duabus Alaisiagis Bedae et Fimmilenae et numini Augusti Germani cives Tuihanti votum solverunt libentes merito.

Vertaald:
De Germanen van (het volk van) de Tubanten vervulden graag en terecht hun geloften aan de god Mars Thincsus en de twee Alaisiagae Beda en Fimmilena, en de goddelijke geest van de keizer.

2. Deo Marti et duabus Alaisiagis et numini Augusti Germani cives Tuihanti cunei Frisiorum Vercovicianorum Severiani Alexandriani votum solverunt libentes merito.

Vertaald:
De Germaanse stamleden van de Tuihanten in de hulptroep van de Friezen bij Vercovicium onder Severus Alexander vervulden graag en terecht hun geloften aan de god Mars en de twee Alaisiagae en de goddelijke macht van de keizer.

Bron: Epigraphische Datenbank Heidelberg (https://edh-www.adw.uni-heidelberg.de)
Licensie https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0/deed.de

In de eerste inscriptie, die alleen over Tubanten spreekt, heet de god Mars Thincsus.
In de tweede inscriptie, waar ook Friezen worden genoemd, wordt de god alleen Mars genoemd. Dit laat ruimte voor overwegingen zoals:
Hadden de Friezen een andere god die geidentificeerd werd met de Romeinse Mars? En waren Tubanten en Friezen het dan met elkaar eens geworden over de naam Mars, aangezien dit dan voor beide volken zou kunnen gelden?
In ieder geval blijkt Thincsus een god van de Tubanten te zijn en niet van de Friezen. Bovendien wordt deze god alleen genoemd in deze ene inscriptie, een god van een relatief klein volk. Desalniettemin is er in de loop van de tijd een enorm speculatienetwerk ontstaan ​​over Thincsus – meer hierover in het artikel “Thing – Ding – þing
Rechtbank – volksvergadering”) op deze site.

Wat er precies verder met de Tubanten gebeurde, is nog steeds enigszins controversieel; volgens een oudere opvatting zouden ze zijn opgegaan in de Saksen. Tegenwoordig wordt echter aangenomen dat ze deel zijn gaan uitmaken van de Saliers, het volk dat mogelijk de grondleggers van de Franken waren – daarom worden de Tubanten ook als een deelvolk van de Franken beschouwd.

Over de naam van de Tubanten:
Günter Neumann behandelt hem taalkundig in “Namenstudien zum Altgermanischen”, Supplement 59 van het “Reallexikon der Germanischen Altertumskunde”, Berlijn – New York, 2008. blz. 419, vertaald:

Het bevat een possessief compositum, vermoedelijk met een la-achtervoegsel toegevoegd. De eerste schakel bestaat uit het Germaanse kardinale cijfer twi ‘twee’, de tweede schakel is verwant met AHD. hansa `kriegergroep’, Gotisch hansa ‘groep, menigte’, OE. hös ‘gevolg’. (de pré-germmanse dentale tenuis aan het einde van de wortel is vermoedelijk bewaard in het verwante keltische kymr, Cant: ‘schare, troep’, Plur. Canneu, Oudiers Citeer ‘samenkomst’, beide met verschillende ablaut niveaus.) M.b.t. het compositum type vergelijk OHD zwibar, zubar ‘vat met twee handvatten’, het adjectief zwizungi ‘dubbeltongig’, Duits Zwieback (beschuit), Zwielicht (schemering), de plaatsnaam Zwiefalten etc. De groepsnaam duidt dus een samenhang aan die oorspronkelijk uit twee delen bestaat.
Deze naam is waarschijnlijk uitgebreid tot een etnoniem, omdat hij voortleeft in het Twentse landschap (Twente, vroeger Tuchenti). Het maakt nu deel uit van de provincie Overijssel in Nederland, dat grenst aan het Westfaalse Münsterland. (Evenzo kan de naam van de Nederlandse provincie Drenthe, die in de 8e eeuw werd geregistreerd als Thri-anta, worden geanalyseerd als *Dri-hanti. Quasi synoniem met Tuihanti is de groepsnaam Tubanti ‘twee gewesten’, die in hetzelfde gebied te vinden is.
De wetenschapper Steche is daarom van mening dat het de Friese vertaling van het Sugambrische Tuihanti zou kunnen zijn. Typologisch verder te vergelijken met het Gallische etnoniem Tricorii: ‘uit drie legers bestaand’, enz.

Please share at - Bitte teilen auf - Graag delen op