Votiefsteen voor de godin Hurstrga. Bron: ‘Gods of the Germanic Peoples’ 1, S. 289.

In het jaar 1954 werd bij het Gelderse plaatsje Kapel-Avezaath een votiefsteen gevonden die uit de eerste eeuw na de tijdwende stamt en waarop de naam van deze godin bewaard is gebleven. De naamduiding wijst op een godin met een beschermende functie, mogelijk samenhangend met een beschermende dichte haag van kreupelhout om een nederzetting.

.


 

“Het woord is aan Wulf”, zei de priester, die uit naam van de goden de raadsvergadering leidde.
Wulf stond op en keek in het rond naar de gezichten van de andere zes leden van de stadsraad. Gerdolf, zijn grootste tegenstander in de raad, zat er ogenschijnlijk verveeld bij, maar Wulf wist maar al te goed, dat hij heel goed zou luisteren, om daarna fel weerwoord te kunnen geven.
Wulf haalde diep adem en begon toen zijn plan aan de raad uiteen te zetten.
“Wij hebben trouw aan de keizer van de Romeinen gezworen. Voor ons was dat een goede keus, maar bij enige andere volken is dat niet goed aangekomen. Dat weten jullie zelf maar al te goed. Elk van jullie kent de protesten en dreigingen, die tegen ons werden geuit.”
Behalve Gerdolf knikten de anderen allemaal.
“Wanneer het volgend jaar de bomen weer groen zijn, moet de helft van onze strijdbare mannen van hier vertrekken. Ze zijn opgeroepen door de Romeinse keizer on zijn legioenen bij te staan in de strijd in Britannia. Ook dat weten jullie allemaal.”
En weer knikten de meeste anderen.
“Om de veiligheid van onze stad toch te kunnen waarborgen met zoveel minder mannen moeten we andere maatregelen treffen.”
De gespeelde verveeldheid van Gerdolf was verdwenen en zijn snerende stem weerklonk:
“Zoooo, jij wilt zeker onze vrouwen en kinderen erop uitsturen om een vijand tegen te houden.”
Wulf lachte even en antwoordde toen rustig: “Onze kinderen hebben onze bescherming nodig en onze vrouwen zijn zeker bereid tot zoiets, maar nee, in die richting gingen mijn gedachten niet. Wat ik wil voorstellen is veel minder gevaarlijk. Ik wil, dat om onze stad een brede ring van kreupelhout wordt aangelegd, een dichte haag van struiken.”
En weer klonk de honende stem: “Aha. En jij denkt, dat de vijand daarin zal blijven steken?”
“Gewone struiken zouden inderdaad niet zo’n groot probleem zijn voor een vijand, maar flinke doornstruiken zeker wel”, antwoordde Wulf.
Een van de andere raadsleden knikte en meende: “Wanneer ze dan druk bezig zijn zich daar moeizaam doorheen te worstelen, kunnen wij er een flink aantal al met onze speren uitschakelen.”
Wulf grijsde… “Dat idee had ik ook”.
Maar Gerdolf riep uit: “We zijn toch geen angsthazen om ons zo in te sluiten. Wanneer er een vijand komt, gaan we ze tegemoet en jagen ze weg, zoals we altijd al hebben gedaan. Ik ben niet bang voor ze.”


De priester nam afsluitend het woord:
“Het is een heel goed idee en het zal de godin Hurstrga zeker bevallen. En wanneer er dan inderdaad een vijand nadert, dan mag Gerdolf door de smalle opening naar buiten gaan, zodat hij kan proberen om de vijand weg te jagen.”
De bijeenkomst werd met wat gelach besloten.

trennlinie1