Nevelleven

Zie je in het maanlicht nevelheksen zweven,
volg dan je weg, rein van hart,
stoor niet hun dansen en hun weven,
Dan kom je door de nevel zonder smart.

Je kent het verschijnsel waarschijnlijk zelf ook: je kijkt naar de voortjagende wolken in de lucht en opeens meen je daarin een gezicht of een gedaante te herkennen; soms zelf drukken ze zelfs gevoelens uit, b.v. vrlijk lachend of bedreigend. Of je ziet in het dessin van een gordijn of het behang dat je al jaren kent opeens iets dergelijks. Ook in andere situaties kan je hetzelfde overkomen.
Je kunt zo’n spontan, kortstondige optiek afdoen als toeval, als een vorbijgaande geestelijke verwarring, misschien als een verschijnsel van buitengewone vermoeidheid … Maar mogelijk kan het toch van betekenis zijn, zich eens af te vragen of zoiets je wat wil meedelen. of een wezen, dat je anders niet kunt waarnemen, zichzelf op deze manier aan je toont en dat met een bepaald doel. Misschien steekt er een vingerwijzing achter.

Uit de 15e eeuw is een document bewaard gebleven met een biechtspiegel voor nonnen. daaraan ten gronde liggen de tien geboden uit de Bijbel en bij het eerste van deze geboden hoort een vragenlijst over verboden zaken. Één van de vragen die daarin voor komen luidt:

„Hebdi gheloef ghehadt in der voeghelen sanc,
of aen uwen droem,
of aen die goede houden of ander wychelinghe,
of aen die maren
of nachtmerien, of aen alven, of aen die witte wiven?”

Vertaald:
Heb je aan het zingen van de vogels betekenis toegekend,
of aan je dromen, of heb je geloofd aan bezweringen
of aan vormen van waarzeggerij of aan sprookjes of nachtmerries,
of aan elfen of aan de witte wieven?

Het geloof aan nevelheksen (witte wieven) moet daarom in die tijd wel levend zijn geweest.

Een donker woud beperkt het zicht, de maan schijnt door de weinige wolken. Het is koel geworden en de wind ruist door de bladeren. Het water in het nabije beekje murmelt en het kabbelen van de golven in het kleine bosmeertje is vanuit de verte nog zachtjes hoorbaar. Op de grond klinkt geritsel wanneer muizen over de afgevallen bladeren rennen, op zoek naar wat te eten. Vanuit de hoge boomkronen roept een uil. En tussen de bomen bewegen mistflarden die voortdurend hun vormen veranderen, soms zijn ze groot, dan weer kleiner, in een onbepaald ritme komen ze dansend naderbij, soms voelt dat bedreigend aan, maar dan trekken zte zich ook weer terug. In die flarden zijn vaak op mensen lijkende vormen te herkennen en dat zijn, dat weet iedereen in dergelijke gebieden, de witte vrouwen, de witte wieven die ook nevelheksen worden genoemd.

.

De handelaar die de weg kwijt was

 .

Niet ver verwijderd van het Noordduitse plaatsje Georgsdorf bevondf zich een hele diepe kuil, maar alleen de mensen in de directe omgeving wisten precies waar dat was. Een reizende handelaar kende die omgeving niet, maar, gedreven door een merkwaardig gevoel haastte hij zich. Hij was op weg naar Georgsdorf, maar had, nadat hij in zijn middagspauze wat had gegeten, een middagslaapje gehouden en was te laat wakker geworden. Nu was het al bijna donker en hij kon de juiste weg nauwelijks nog onderscheiden. Toen hij aan zijn rechterhand in de verte enige kleine lichtjes zag schijnen, meende hij, dat het nu niet meer ver was. In plaats van de weg verder te volgen, reed hij daarom dwars door de velden.
Plotseling verschenen voor hem drie nevelheksen en kwamen op hem toe. Een van de heksen zweefde tot achter zijn paard, de anderen drongen van de zijkant op hem toe.Hij wist niet, wat hij moest doen, maar zijn angstig geworden paard liet zich door de Nevelheksen leiden. Het ging nu niet meer rechtstreeks naar de lichtjes toe, maar hij waagde het niet om z’n paard om te draaien en liet het lopen waarheen de nevelwezens het stuurden. Na enige tijd maakten ze een grote boog en daarna zag hij de lichten van de huizen weer, nu heel nabij. En op datzelfde moment waren zijn begeleidsters verdwenen. Toen hij in Georgsdorf aankwam, werd hij vriendelijk door de bewoners begroet en toen hij vertelde wat hem kort tevoren was overkomen, lachten ze en zeiden: “Dan heb je groot geluk gehad. Daar in het veld is een grote diepe kuil en wanneer de nevelheksen je er niet omheen hadden geleid, dan zou jij nu dood in die kuil hebben gelegen en je paard ook.


Fragmenten uit het Duitstalige boek:
“Nebelhexen – leben zwischen dies- und jenseits” door GardenStone

trennlinie1