De drie ‘Bethen’. Een steenreliëf in de Nicolaaskapel in Worms, Duitsland. (For: R. Uhrig). Bron: http://www.worms.de/de/kultur/stadtgeschichte/wussten-sie-es/liste_dom_gebaeude/2006-11_dom-die-drei-bethen-am.php

.Enige tijd geleden werd ik aan mijn computer ‘geroepen’ doordat iemand me in het chatprogramma van Facebook een vraag stelde over een bepaalde godin …
Het gesprek verliep ongeveer als volgt:

Zij:
Gisteren las ik in een boek over godinnen en daarin kwam deze naam voor zonder verdere toelichting over de achtergrond ervan. Ze werd ‘Barbet’ genoemd. Wie is dat?

Ik:
Eerst heb ik een paar vragen voor je om vergissingen uit te kunnen sluiten.
Weet je zeker, dat er ‘Barbet’ geschreven stond en niet ‘Bastet’? De Egyptische katgodin, dochter van de zonnegod Re of Ra.

Zij:
Nee, nee. Ik weet wel zeker, dat het niet Bastet was.

Ik:
Prima, dan kan ik die mogelijkheid laten vallen.
Dan … er is een Oost-Europese (Baltische) godin die ‘Saules Meita’ heet. (Dat betekent: ‘dochter van de zon’). Een andere naam voor haar is ‘Barbelina’. Zou dat kunnen passen bij wat je in dat boek las?

Zij:
Nee, niet werkelijk. Ik meen, dat het over Keltische en Germaanse godinnen ging.

Ik:
Goed. Nadat ook dat kan worden uitgesloten, denk ik te weten, over wie je hebt gelezen.
Leun nu maar gerust naar achteren in je stoel en maak jezelf een kop koffie, want nu is geduld gevraagd, want ik moet nu een langere toelichting voor je schrijven. …

Uit de geschiedenis van de Heiligen in de rooms-katholieke kerk kennen we ook de ‘Bethen’ ,ook wel geschreven als ‘Beten’ en ‘Beden’. Hoewel steeds dezelfde ‘Bethen’ worden bedoeld, hebben ze in verschillende streken niet dezelfde namen. We kennen bv.:

  • – Einbet(h), Ambet(h), Embet(h), Ainbeth
  • – Worbet(h), Borbet, Wolbeth, Barbeth
  • – Wilbet(h), Willebede, Vilbeth, Firpet

Deze namen wijzen op drie Heiligen die als een drie-eenheid worden gezien, ze worden meestal vereerd onder de naam ‘de ‘Drie Maagden’.
Sinds de late middeleeuwen is er een cultus bekend, waarvan de beleving voornamelijk in kleine kerken en kapellen in Noord-Italië en het Duitse Rijnland plaatsvond. Ook in het zuidoosten van Nederland zijn hierover enige sporen te vinden.
De oudste van de drie namen van deze Heiligen kan tot in de 12e eeuw worden teruggevolgd, de andere twee, daarbij hoort ook Barbeth, kennen we sinds de 14e eeuw.
Hun cultus kreeg wat meer inhoud, nadat deze drie Heiligen in de 15e en 17e eeuw als gezellinnen van de bekendere Sint Ursula werden ‘toebedeeld’.
Kerkleiders wijzigden dan later nog de naam Borbeth (Barbet) in ‘Babette’ en dat moest dan op Sint Barbara wijzen, die volgens haar legende door haar vader in een toren werd opgesloten, omdat ze zich tot het Christendom bekende.

In het tijdperk van de Romantiek in de 19e eeuw was het speciaal in Duitsland een tijdje mode om Germaanse geschiedenis en mythologie te verbinden met de maatschappij van dat moment. Met betrekking tot de drie Bethen werd toen het vermoeden geuit, dat de drie Bethen oorspronkelijk drie Germaanse godinnen geweest zouden zijn, zo ongeveer te vergelijken met de drie Nornen of met de Matronencultus uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. Die Romantici hadden evenwel geen bewijzen of aanwijzingen die zo’n zienswijze zouden kunnen ondersteunen.

In het jaar 1936 publiceerde de uit het Duitse Heidelberg afkomstige heemkundige Hans Christoph Schöll een soortgelijke theorie, waarin hij stelde, dat de katholieke ‘Bethen’ voortgekomen zouden zijn uit godinnen uit Germaans-heidense tijd. Op hun beurt zouden deze weer een verdere ontwikkeling zijn van een Indo-Germaans godinnen-trio. Hun cultus zou zich dan eeuwenlang gehandhaafd hebben onder boeren van Germaanse oorsprong.
Schöll bood echter voor zijn theorie geheel geen wetenschappelijke basis en de etymologische onderdelen van zijn theorie bleken al gauw foutief te zijn; zijn zienswijze werd daarom ook al direct verworpen en is tegenwoordig binnen de wetenschappen geen serieus onderwerp meer.
Schöll’s theorie kwam erop neer, dat de drie namen van de godinnen oorspronkelijk Ambet, Borbet en Wilbet zouden zijn en met de oude Keltische taal verwant waren. Ambet zou dan een maagdelijke moedergodin zijn, Borbet een moederlijke zonnegodin en Wilbet een geluks- en maandgodin. Hun gemeenschappelijke invloedssfeer zou dan betrekking hebben op de vruchtbaarheid van de planten op de velden en de oogst ervan. Bovendien meende Schöll, dat ze ook beschermgodinnen zijn tegen ziekten bij mensen en dieren en voor vrouwen die in barensnood verkeren. De taalkundige verklaringen die hij daarbij presenteerde bleken echter alle onjuist te zijn.

Desondanks werd Schöll’s theorie in de laatste decennia van de 20e eeuw o.a. Door enige stromingen binnen het feminisme opgepakt en de drie Bethen werden in een gynocentrisch georiënteerde heidense religie ingebed. (Gynocentrisch: de feministische zienswijze, dat de vrouw als norm en de man als afwijking van die norm wordt gezien). Ook interpreteerden zij archeologische vondsten op een zodanige manier, das ze ogenschijnlijk in hun opvatting pasten.

Nog steeds gaat Schöll’s theorie in esoterische kringen tamelijk hardnekkig rond en men bekommert zich daarbij in het geheel niet om het geheel onbreken van bewijsmateriaal.

Dus, kort samenvattend …
Uit wetenschappelijk oogpunt: je kunt het beste het idee van een Germaanse godin met de naam Barbet vergeten – daarvoor ontbreken aanknopingspunten.
Vanuit een religieuze zienswijze: Ga gerust je gang, wanneer je een godin Barbet wilt vereren – religie heeft geen historische bewijslast nodig voor het bestaan van een godheid. 😉

Zij:
Reuze bedankt! Dat past heel goed bij het gedeelte in het boek dat ik las. Het is goed om te weten, dat zo’n godin Barbet min of meer in het rijk der fantasie kan worden verwezen.

trennlinie1