Dia 1: Kräuter werden ausgegraben und unter der Leitung eines Weisen zu Medikamenten verarbeitet. Von einer Kopie aus dem 12. Jahrhundert des Herbarium von Apuleius, jetzt in der Bibliothek des Eton College. Dia 2: Holzschnitt aus dem Titelblatt des “Grete Herball ‘(1526). Quelle für beide Folien: “The Old English Kräuter ‘byEleanour Sinclair Rohde, 1922. Übernommen von http://www.gutenberg.org/files/33654/33654-h/33654-h.htm.

Het origineel werd in de 9e eeuw opgeschreven in het Oudengels en staat bekend onder de Engelse namen “Nine Herbs Charm” of Nine Worts Galdor”. Behalve de naam in de titel hierboven, wordt deze magische spreuk in het Nederlands ook wel ‘Negenkruidenspreuk’ genoemd.
Het stamt waarschijnlijk uit de heidense tijd van de Angelsaksen, enige christelijke invloeden werden er later in opgenomen, en daaraan hebben we het te danken, dat het in het ‘Lacnunga’ manuscript is overgeleverd en niet verloren ging.

.
Nederlandse vertaling: GardenStone


Gemyne ðu, mucgwyrt,    hwæt þu ameldodest,
Herinner je je, bijvoet, wat je onthulde,

hwæt þu renadest    æt Regenmelde.
wat je bevestigde bij de grote verkondiging.

Una þu hattest,    yldost wyrta.
Eerste werd je genoemd, oudste der kruiden,

ðu miht wið III    and wið XXX,
Jij hebt macht voor 3 en (kunt) tegen 30,

þu miht wiþ attre    and wið onflyge,
Jij bezit macht tegen vergif en tegen besmetting,

þu miht wiþ þam laþan    ðe geond lond færð.
Jij bezit macht tegen het kwaad dat over het land rondwaart.

Ond þu, wegbrade,    wyrta modor,
En jij, weegbree, moeder der kruiden,

eastan openo,    innan mihtigu;
naar het oosten toe geopend, van binnen sterk;

ofer ðe crætu curran,    ofer ðe cwene reodan,
over jou reden krakende wagens, boven jou weenden vrouwen,

ofer ðe bryde bryodedon,    ofer þe fearras fnærdon.
over jou schreden bruiden, boven jou snoven stieren.

Eallum þu þon wiðstode    and wiðstunedest;
Allen heb je weerstand geboden en het overleefd

swa ðu wiðstonde    attre and onflyge
zoals jij ook vergif en besmetting kunt weerstaan,

and þæm laðan    þe geond lond fereð.
en het kwaad dat over het land rondwaart.

Stune hætte þeos wyrt,    heo on stane geweox;
Veldkers heet dit kruid, groeit op steen,

stond heo wið attre,    stunað heo wærce.
Het bestrijdt vergif, het gaat de pijn tegen,

Stiðe heo hatte,    wiðstunað heo attre,
Sterk wordt hij genoemd, weerstaat de besmetting,

wreceð heo wraðan,    weorpeð ut attor.
Het verjaagt de vijand, gaat laster tegen.

þis is seo wyrt    seo wiþ wyrm gefeaht,
Dit is het kruid, dat tegen de slang vocht,

þeos mæg wið attre,    heo mæg wið onflyge,
dit kan vergit bestrijden, het heeft macht tegen besmetting,

heo mæg wið ðam laþan    ðe geond lond fereþ.
Em heeft macht tegen het kwaad dat over het land rondwaart.

Fleoh þu nu, attorlaðe,    seo læsse ða maran,
Jij koortskruid, het kleinere, verdrijf nu het grotere vergif,

seo mare þa læssan,    oððæt him beigra bot sy.
En jij als grotere verdrijf het kleinere vergif, tot hij van beide is genezen.

Gemyne þu, mægðe,    hwæt þu ameldodest,
Herinner jij je, Kamille, wat jij verkondigde,

hwæt ðu geændadest    æt Alorforda;
wat jij inbracht bij Aluforde, de schepping,

þæt næfre for gefloge    feorh ne gesealde
dat niemand door besmetting het leven zou verliezen,

syþðan him mon mægðan    to mete gegyrede.
Nadat men hem kamille te eten had gegeven.

þis is seo wyrt    ðe wergulu hatte;
Dit is het kruid, dat wilde appel heet;

ðas onsænde seolh    ofer sæs hrygc
de zeehond zond het over de rug van de zee

ondan attres    oþres to bote.
Als hulp tegen een ander kwaadaardig vergif.

Ðas VIIII {m}agon     wið nygon attrum.
Deze 9 hebben macht tegen negen soorten vergif.

Wyrm com snican, toslat he {m}an;
Een slang kwam geslopen, beet een man;

ða genam Woden VIIII wuldortanas,
toen nam Wodan 9 wonderbaarlijke takken,

sloh ða þa næddran, þæt heo on VIIII tofleah.
en sloeg de adder, zodat deze in 9 stukken brak.

Þær geændade æppel and attor,
dankzij appel en gif,

þæt heo næfre ne wolde on hus bugan.
zodat zij (adder) nooit weer een huis zou binnensluipen.

Fille and finule, felamihtigu twa,
Kervel en venkel, twee met grote macht,

þa wyrte gesceop witig drihten,
deze kruiden zijn gevormd door de wijze Heer,

halig on heofonum, þa he hongode;
heilig in de hemel (Walhalla), toen hij hing;

sette and sænde on VII worulde
Hij zette ze en zond (ze) in 7 werelden

earmum and eadigum eallum to bote.
voor arm en rijk, ten bate voor allen.

Stond heo wið wærce, stunað heo wið attre,
Het helpt tegen pijn, strijd tegen gif,

seo mæg wið III and wið XXX,
het helpt tegen 3 en tegen 30,

wið <feondes> hond and wið freab{r}egde,
tegen vijandelijke hand en tegen kuiperij,

wið malscrunge m{a}nra wihta.
tegen betovering van kwade geesten.

Nu magon þas VIIII wyrta wið nygon wuldorgeflogegum,
Deze 9 kruiden nu hebben macht tegen negen boze machten,

wið VIIII attrum and wið nygon onflygnum,
tegen 9 gifsoorten en negen venijnen,

wið ðy readan attre, wið ð{y} ru{t}an attre,
tegen het rode gif, tegen het druipende gif,

wið ðy hwitan attre, wið ðy {hæwe}nan attre,
tegen het witte gif, tegen het vaalblauwe gif,

wið ðy geolwan attre, wið ðy grenan attre,
tegen het gele gif, tegen het groene gif,

wið ðy wonnan attre, wið ðy wedenan attre,
tegen het donkere gif, tegen het donkerblauwe gif,

wið ðy brunan attre, wið ðy basewan attre,
tegen het bruine gif, tegen het paarse gif,

wið wyrmgeblæd, wið wætergeblæd,
tegen slangenblaar, tegen waterblaar,

wið þorngeblæd, wið þystelgeblæd,
tegen doornblaar, tegen distelblaar,

wið ysgeblæd, wið attorgeblæd,
tegen ijsblaar, tegen gifblaar,

gif ænig attor cume eastan fleogan
als een gif komt, vanuit het oosten vliegend,

oððe ænig norðan cume
of een die uit het noorden komt,

oððe ænig westan ofer werðeode.
of een dat vanuit het westen, de mensheid teistert.

Crist stod ofer a{dl}e ængan cundes.
Christus stond boven alle soorten ziekten.

Ic ana wat ea rinnende
Ik alleen ken de stromende wateren

þær þa nygon nædran <nean> behealdað;
waar de negen adders ze in bedwang houden;

motan ealle weoda nu wyrtum aspringan,
mögen alle Kräuter nun zum Heilkraut aufblühen,

sæs toslupan, eal sealt wæter,
de zeeen zich openen, al het zoute water,

ðonne ic þis attor of ðe geblawe.
als ik dit vergif van je blaas.

.

Recept

(Ingrediënten)

Mugcwyrt, wegbrade þe eastan open sy, lombescyrse,
Alsem, weegbree die naar het oosten toe open is, kleine veldkers,

attorlaðan, mageðan, netelan, wudusuræppel, fille and finul,
koortskruid, kamille, grote brandnetel, wilde appel, dolle kervel en venkel,

ealde sapan. Gewyrc ða wyrta to duste, mængc wiþ þa
oude zeep. Vijzel de kruiden fijn, vermeng ze met de

sapan and wiþ þæs æpples gor. Wyrc slypan of wætere
zeep en met het sap van appels. Maak een brij van water

and of axsan, genim finol, wyl on þære slyppan and beþe mid
en as, neem venkel, kook dit in de brij en verwarm het met

æggemongc, þonne he þa sealfe on do, ge ær ge æfter.
eimengsel, wanneer hij de zalf opdoet, zowel tevoren als nadien. Dan zing

þæt galdor on ælcre þara wyrta, III ær he hy wyrce and
deze toverspreuk 3 maal over elk van de kruiden voordat ze bewerkt worden en

on þone æppel ealswa; ond singe þon men in þone muð
evenzo over de appel; en zing het dan de man in de mond en

in þa earan buta and on ða wunde þæt ilce gealdor, ær he
in beide oren en op de wond dezelfde toverspreuk, voordat hij

þa sealfe on do.
de zalf opdoet.

 

.
Gebruikte bronnen:
– Krapp, G.Ph / van Kirk Dobbie, E. 1931ff.  The Anglo-Saxon Poetic Records (ASPR). 6 Bde. London, New York
– http://www.heorot.dk/woden-9herbs.html

trennlinie1