Sculptuur van een heks op de heksendansplaats in het stadje Thale in de Harz. Bron: Wikimedia commons, public domain.

Waarschijnlijk afkomstig uit de 13e eeuw is een Middelhoogduitse bezweringsspreuk overgeleverd, die ons duidelijk toont, dat in gebieden in Duitsland die al eeuwenlang waren gekerstend, nog heidens volksgeloof heerstte. De spreuk kreeg z’n huidige naam waarschijnlijk van de plaats waar hij weer gevonden; het betreffende document was sinds de 17e eeuw in het bezit van een Duitse keurvorst en behoorde daarvoor een zekere Henricus de Prusia Videlz de Coto(wice). Het woord ‘Prusia’ in de naam is een oude schrijfwijze voor Pruisen, een vroegere staat in centraal Europa.
In het navolgende fragment word om beschreming gevraagd tegen demonen, heksen en de Wilde Jacht.

.

Fragment van de nachtzegening van Munchen, eerst in het Middelhoogduits, daarna de vertaling:

.

daz müze mich noch hînt
bewarn vor den bösen nahtvarn
und müze mich bikrîzen
vor den swarzen unde wîzen,
dî dî gûten sint genant
unde zû dem Brockelsberge sint geraut
vor den bilewizzen,
vor den inanezzen,
vor den wegeschriten,
vor den zûnriten,
vor den klingenden golden,
vor allen unholden!
Glôzan unde Lodevan,
Trutan unde Wûtan.
Wûtanes her und alle sîne man,
dî dî reder und dî wit tragen
geradebreht und irhangin,
ir sult von hinnen gangin!

.

Vertaald:

.

dit moet me deze nacht beschermen
tegen de boze creaturen van het duister,
en ik moet een kruis slaan
tegen de zwarten en de witten
die mensen de goeden noemen
en die zich op de Blocksberg begeven hebben,
tegen de korendemonen
en de mensenetende reuzen,
tegen de demonen van de kruispunten,
tegen heksen, tegen galmende bezweringen,
tegen alle boze geesten!
De vraatzuchtige en de vuurspuwende,
de vetrouwenswekkende en de agressieve,
de Wilde Jacht met al z’n deelnemers,
die het rad dragen en in lompen zijn gekleed
omdat die zijn geradbraakt of opgehangen,
jullie horen hier niet, scheer je weg!

.

Toelichting

.

Brockelsberg:
Dit is de berg de Brocken of Blockdsberg in de Harz.
Dit geografische gegeven lijkt erop te wijzen, dat de spreuk wiliswaar in Zuidduitsland werd gevonden, maar dat de oorsprong ervan waarschijnlijk noordelijker is. De naam Blocksberg had voor die streken in het zuiden nauwelijks betekenis als onderdeel van zo’n zegening en men kan zichzelf met recht afvragen, of die mensen daar destijds eigenlijk wel iets met de naam van die berg konden aanvangen.

Bilwisse:
a) waren in het noorden van Duitsland korendemonen die de mensen welgezind waren;
b) waren in Beieren boosaardige oogstgeesten (demonen)
c) waren in het Oostenrijkse Karinthië gepersonifieerde wervelwinden (cyclonen).
Misschien is er een samenhang met Bil, die in de mythologie van de Vikingen de dochter is van Wildfinnr en de zuster van Hjuki – ze woprdt veelal als een godin gezien.

• Inanezzen:
De vertaling van dit woord in ‘mensenetende reuzen’ is gebaseerd op de Middelhoogduitse term ‘manezze’, dat kannibaal of menseneter betekent; het hangt ook samen met ‘reus’ – Middelhoogduits ‘turse’, ‘torse’, ‘turste’, Protogermaans ‘*etunaz’ en is vermoedelijk gerelateerd aan het Protogermaanse ‘etan’ het Germaanse ‘*Ðsaz, *Úsa‑, *Úsaz en het Oudhoogduitse ‘ezzan’ en betekent: ‘eten’.
Bovendien heeft ‘manezze’ ook nog de betekenis van ‘reus’ en ‘demon’, ‘duivel’ en ‘boze geest’. Dergelijke reusachtige menseneters zijn geen onbekend thema in volkssagen en de vertaling hier baseert dan ook op zulke verhalen.

zûnriten:
Dit is een oud woord voor heksen, vrouwen die rijden over hekken en heggen.

Wegeschriten:
Vrouwelijke of mannelijke boze geesten die zich op kruispunten van wegen ophouden.

Glôzan unde Lodevan:
Hiervoor bestaat er geen ondubbelzinnige verklaring, er bestaan wel meerdere pogingen daartoe. Er wordt hier aangenomen, dat het betrekking heeft op de directe voorgaande zinsnede waarin ‘unholden worden genoemd, daz zijn hier (monsterlijke) demonen. Daarom worden deze twee woorden geinterpreteerd als bepaalde soorten: vraatzuchtige en vurige of vuurspuwende.

Trutan unde Wûtan:
Het Oudhoogduitse trūta* betekent geliefde, vertrouwd, vriendelijk, beminnelijk, hier werd het vermoedelijk in de betekenis van vertrouwenswekkende in de meervoudsvorm trūtan. Het ‘Wûtan’ is min of meer het tegenovergestelde, de woedenden of agressieven. Overeenkomstig de toelichting bij ‘Glôzan unde Lodevan’ worden deze beide ook als bepaalde vormen van ‘unholden’ (boze geesten of demoen) gezien. Het is veel minder waarschijnlijk om in Wûtan’ een vorm van de Germaanse god Wodan te zien.

Wûtanes her:
Het is zeker verleidelijk om hierin ‘Wodan’s heer of leger’ te zien. Waarschijnlijker is echter het ‘razende of wilde heer (leger). Wûtanes was in het Middelhoogduits een gewon voorkomend woord zonder religieuze / heidense betekenis. Daarbij komt ook nog, dat in deze spreuk de creaturen van het duister niet individueel worden genoemd, maar alleen als soort. Er wordt een kleine indeling van de nachtspoken gegeven en daartoe behoorde in de ogen van de mensen destijds ook de Wilde jacht, resp. het razende heer – een troep geesten die wild door de lucht jagen, spoken of verdoemde zielen.

geradebreht und irhangin:
In het begin van de 20e eeuw werd de ‘theorie’ geopperd, dat de Germanen drie soorten van mensenoffers kenden voor drie van hun goden. Het ophangen zou dan voor de stormgod zijn, het radbraken voor de zonnegod en het verdrinken voor de god van de wateren. Later zouden zowel de gehangenen als de geradbraakten aan Wodan zijn geofferd en de geesten van hen zouden dan de Wilde Jacht vormen. Deze speculatie, want meer is het niet, werd echter niet algemeen aanvaard. Het vermoeden bestaat, dat voor die theorie nu precies deze Munchener nactzegening ten gronde lag. Mogelijk bestaat er een samenhang met het oude volksgeloof, dat wanneer het waait en stormt, er iemand werd opgehangen en dan duurde de storm drie dagen. Hierin kan wellicht een ‘stormgod Wodan’ worden geïnterpreteerd, maar zulke vermoedens zijn echter pas sinds de 16e eeuw duidelijk gedocumenteerd.

Fragment uit het boek over de Wilde jacht van GardenStone, dat zowel in het Duits

trennlinie1