Links: Tekening van koning Radboud (ca. 680 – 719) door P. Winsemius, uit: “Chronique ofte Historische geschiedenisse van Frieslandt”. Rechts: Op het laatste moment trekt Radboud zich van z’n doop terug. Een borduurwerk dat vermoedelijk uit de 16e eeuw stamt. Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Radboud_%28koning%29. Public domain

.

De echte Friese man of vrouw,
weet het maar al te goed,
de Frisava moeders blijf je trouw,
Dat zit em in het bloed.

Het was voor dertienhonderd jaar,
Friesland was machtig sterk,
voor de Franken een gevaar,
‘t was Koning Radboud’s werk.

Trots volgde hij het oude pad,
hield zijn voorouders in eer.
Slechts één keer meende hij dat
het beter is als ik me bekeer.

De echte Friese man of vrouw,
weet het maar al te goed,
de Frisava moeders blijf je trouw,
Dat zit em in het bloed.

Hij vroeg al staand’ in de doopfontein,
past’t in de christelijke leer:
wanneer ik eenmaal dood zal zijn,
zie ik mijn voorouders dan weer?

Wanneer jij in de hemel bent en daar
van God’s aangezicht geniet,
vergeet je voorouders dan maar,
want in de hemel zijn die niet.

De echte Friese man of vrouw,
weet het maar al te goed,
de Frisava moeders blijf je trouw,
Dat zit em in het bloed.

In dat geval, zei Radboud boos,
verdwijn met je loze gepreek,
Friesland blijft heidens, nu en altoos
voorouders laat je niet in de steek.

.

Uit waarschijnlijk de 3e eeuw na de tijdwende stamt een inscriptie op een votiefsteen waarvan nog leesbaar is:

MATRIBUS FRISAVIS PATERNIS

Dit kan geïnterpreteerd worden vertaald als:

aan de goddelijke moeders van de voorouders van de Frisiavonen (Friezen?).

trennlinie1